Informatie

Openingstijden

1 mei - 31 oktober

dinsdag t/m vrijdag10.00 - 16.00 uur zaterdag, zondag en 13.00 - 17.00 uur feestdagen

1 november - 30 april

dinsdag t/m zondag13.00 - 16.00 uur en feestdagen

Gesloten

Maandagen, 1 januari, 1e Paasdag, 1e Pinksterdag, 25 december.

Bezoekadres

Kaasmarkt 20
1441 BG Purmerend
0299-472718
info@purmerendsmuseum.nl

J.J.P. Oud (1890-1963)

Bioscoop Schinkel, ontwerp J.J.P. OudBaluwdruk van een woonhuis in Purmerend, collectie Purmerends Museum
De op 9 februari 1890 geboren Jacobus Johannes Pieter Oud was de middelste van drie zoons.
Van jongs af wilde de eigenzinnige Oud - Ko voor zijn familie, Bob voor zijn latere vrouw - kunstenaar worden, hoewel zijn dominante vader dat afkeurde.

Zijn oudere broer was een levenslange rivaal. Pieter Oud werd wel het geweten van het parlement genoemd en zijn broer dat van de architectuur.


Op advies van de Purmerendse architect Jan Stuyt doorliep Oud de Amsterdamse Kunstnijverheid- en tekenschool Quellinus. In 1906 studeerde hij af en ging voor Stuyt werken. Hij was opzichter/tekenaar bij de bouw van drie Purmerendse villa’s. Als zelfstandig architect ontwierp hij een vierde. In 1908 besloot hij verder te studeren. Hij ging ook zelf lesgeven, aan de Stadstekenschool. Naast emplooi in het buitenland had Oud opdrachten in en om Purmerend.
In deze tijd maakte hij kennis met Berlage, die op zijn werk en carričre grote invloed had.
In 1913 werd Oud plaatsvervangend directeur gemeentewerken in Leiden, waar hij Theo van Doesburg ontmoette. Met anderen richtten zij in 1917 het tijdschrift De Stijl op.
Inmiddels kreeg Oud naam, vooral in het buitenland. Hij trad in dienst van de gemeente Rotterdam, eerst als architect, later als afdelingschef Gemeentelijke Woningdienst. Hier zou Oud zijn meest geďnspireerde werk bouwen. Zijn revolutionaire woningbouw markeerde de overgang van De Stijl naar de Nieuwe Zakelijkheid, de opkomende stroming die meer aandacht aan toepasbaarheid besteedde.

Oud raakte door overbelasting meermalen depressief. In 1933 volgde eervol ontslag in Rotterdam, waarop hij zich weer als zelfstandig architect vestigde. Hij was wereldberoemd, maar kreeg nauwelijks werk. Na nieuwe inzinkingen verwierf hij enige grote opdrachten. Hij ging zich meer met binnenhuisarchitectuur bezighouden. Oud’s werk van eind jaren dertig was omstreden.
Na de Tweede Wereldoorlog voelde Oud zich gepasseerd, omdat hij geen grote rol in de wederopbouw kreeg. Op 5 april 1963 overleed Oud aan een hartaanval. Zijn laatste grote opdracht, het Nederlands Congresgebouw in Den Haag, werd postuum door zijn zoon Hans Oud uitgevoerd.